De laatste post

Orienteering-news website

zondag, mei 16, 2010

Baanleggen: een vak apart

Papa vroeg me om volgend bericht te plaatsen:

Dat baanleggen een vak apart is, hebben we vandaag (spijtig genoeg) aan den lijve mogen ondervinden. De baanlegger benutte in omloop 3 duidelijk een aantal kansen niet: te weinig afwisseling in de benen, veel in-uit situaties (de aankomende loper aan een post kruist de vertrekkende loper), weinig of geen te maken wegkeuzes, posten vlak na lijnobjecten, posten in de putten, .... spijtig toch wel. Zeker op een kaartje dat meer potentieel heeft.
Een goede baanlegging maakt het verschil en zorgt voor een leukere sportbeleving bij de vele sporters. En voor die leuke sportbeleving doe je het normaal als baanlegger en als andere vrijwillig medewerker aan een wedstrijd.

Het is niet de bedoeling om te schieten op de pianist: de job van baanlegger is inderdaad de moeilijkste en meest intensieve in de voorbereiding van de wedstrijd. Uren tijd steek je erin: terrein verkennen, kaart bijwerken, omlopen bedenken en uittekenen, prebalisen zetten, kaarten drukklaar maken, postbeschrijvingen maken en drukken, posten plaatsen, en posten terug ophalen. Bij Omega mag je zelfs de wegwijzers naar het CC ook nog hangen en terug ophalen... alsof het nog niet genoeg is. Het is pas als je het zelf doet dat je voelt hoeveel tijd het vraagt.
We zouden eigenlijk een standbeeld moeten oprichten voor de baanlegger!

Maar moeten de clubs niet zorgen voor een goede omkadering, zeker voor minder ervaren baanleggers. Is het niet gewenst om elke baanlegging voor te leggen aan een meer ervaren clublid dat op dit vlak zijn sporen al verdiend heeft.
Ik herinner me nog perfect hoe we enkele jaren geleden de voorbereiding van onze eerste baanlegging mailden naar Roger, de door de club toegewezen begeleider/interne controleur.
Wat we terug kregen kwam in eerst instantie hard aan. Was wat we gemaakt hadden dan zo slecht? Misschien wel.
Maar uit het controle-rapport leerden we in detail om in-out situaties te vermijden, hoe je door kleine verschuivingen lopers kan dwingen wegkeuzes te maken, dat stoplijnen beter na de posten liggen dan ervoor, dat het leuker wordt voor lopers als je lange en korte benen zorgvuldig mengt, dat putten minder goede objecten zijn om posten bij te plaatsen en dat er richtlijnen zijn omtrent de zichtbaarheid van posten, ...
Een heel pak vakkennis dus. Vandaar dat een begeleider/ interne controleur zeker gewenst is!

Maar het loont, zeker als je dan na de wedstrijd te horen krijgt dat je baanlegging "van het betere werk is". Leuk om te weten dat je er dan het maximale hebt uitgehaald!

Dirk Fabré

8 Comments:

Een reactie plaatsen

<< Home